NIJMEGEN - Twee personen zijn in bezwaar gegaan tegen een verkeersboete. Een argument in deze zaken was een evenredigheidstoetsing over de verhoging van de verkeersboetes uit 2024. De kantonrechter verwerpt dit verweer. De rechter oordeelt, dat dit uiteindelijk een politieke beslissing is waarop de Tweede Kamer toezicht houdt en kan ingrijpen.

De bezwaarmakers in twee zogenoemde Mulderzaken vinden dat de algemene verhoging van de Wahv*-boetebedragen in 2024 onrechtmatig was en dat de betreffende Algemene

van Bestuur onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Hierbij verwezen de bezwaarmakers naar een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.

*Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Geen taak voor de rechter

In deze twee Gelderse uitspraken heeft de kantonrechter begrip voor de argumenten van de bezwaarmakers en zijn Utrechtse collega. De verkeersboetes in de ‘Mulderzaken’ lopen steeds meer uit de pas met boetes voor andere verkeersovertredingen en ook met boetes voor gewone overtredingen en misdrijven. Maar volgens de kantonrechter is het niet aan de rechter om de juistheid en evenredigheid van de hoogte van de verkeersboetes in zijn algemeenheid te beoordelen.

Gevolgen voor deze zaken

In één zaak kreeg iemand een boete, omdat hij tijdens het rijden een mobiele telefoon in zijn hand vasthield. In de andere zaak kreeg iemand een verkeersboete, omdat hij in Nijmegen een weg was ingereden die hij niet mocht inrijden. De kantonrechter oordeelt dat in beide zaken de boetes volgens het geldende ‘tarief’ in stand blijven.

Verhoging verkeersboetes in 2024 en 2025

Bij Wahv-zaken worden lichte verkeersovertredingen bestraft met vaste boetebedragen. Deze verkeersboetes zijn de afgelopen jaren telkens aanzienlijk verhoogd. Voor een deel als inflatiecorrectie, maar ook voor een deel om de in het regeerakkoord opgelegde bezuinigingen te compenseren . Om de begroting van het ministerie sluitend te maken dus. In 2024 zijn de boetes met 10 procent verhoogd en in 2025 geldt een verhoging met het inflatiecijfer van 3,2 procent.

Op 30 juli 2026 oordeelde de kantonrechter in Utrecht over het verhogen van de verkeersboetes. Volgens de Utrechtse kantonrechter zijn de boetes immers bedoeld om veilig rijgedrag af te dwingen en te zorgen dat mensen zich aan de verkeersregels houden. Het besluit van de minister destijds om de boetes te verhoging is daarom volgens de Utrechtse kantonrechter ongeldig. Andere kantonrechters in Utrecht oordeelden anders.