NIJMEGEN - De rechtbank veroordeelt een 45-jarige man uit Nijmegen tot een celstraf van 5 jaar, omdat hij probeerde om een man van het leven te beroven met een hakbijl in het Nijmeegse winkelcentrum Dukenburg.

Op 7 januari 2026 vond er een woordenwisseling plaats in het winkelcentrum tussen de man en zijn ex-zwager, het latere slachtoffer. Buiten - voor het winkelcentrum - werd vervolgens gevochten. Omstanders kwamen tussen beide mannen. Toen het slachtoffer daarna op de man afkwam, pakte de man een hakbijl uit zijn tas. Het slachtoffer vluchtte het winkelcentrum in en de man achtervolgde hem met de hakbijl. Tijdens de achtervolgde raakte de man het slachtoffer met de hakbijl aan de voorzijde van zijn bovenlichaam, zijn rug en op zijn hoofd. Aan de laatste uithaal hield het slachtoffer een hoofdwond over.

Achtervolging

De man maakt tijdens de bijna één minuut durende achtervolging meerdere slaande bewegingen richting het slachtoffer. Hij bleef maar inhakken en liet zich niet tegenhouden. Zo sloeg het slachtoffer met een afzetpaal op het hoofd van de man en maakte daarmee daarnaast nóg een afwerende beweging. Ook gooide een getuige een fles wijn in de richting van de man. Omstanders gilden en vluchtten weg. Het lukte omstanders om de man te overmeesteren en te stoppen nadat hij en het slachtoffer op de grond vielen.

Geen noodweer(exces) en psychische overmacht

Door de advocaat van de man is een beroep gedaan op noodweer, noodweerexces en psychische overmacht. Volgens de rechtbank is op het moment dat het slachtoffer - na het zien van de bijl - het winkelcentrum invluchtte er geen sprake meer van een aanval op de man. Alles wat de man daarna deed vindt de rechtbank naar de kern aanvallend. Ze verwerpt daarom het beroep op noodweer en noodweerexces. De rechtbank oordeelt verder dat het beroep van de man op psychische overmacht niet slaagt

Gevangenisstraf en contactverbod

De rechtbank oordeelt dat de man schuldig is aan een poging tot doodslag. Zij vindt bewezen dat sprake is van vol opzet op de dood van het slachtoffer. De rechtbank kijkt naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en legt een gevangenisstraf op van 5 jaar met aftrek van de tijd die hij al heeft vastgezeten. Ook legt de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel aan de man op. Hij mag verder 3 jaar geen contact hebben met het slachtoffer.

Schadevergoeding

De rechtbank wijst een deel van de gevorderde materiële schade en 6 duizend euro smartengeld aan het slachtoffer toe. Een deel van de gevorderde schade is onvoldoende onderbouwd en levert een onevenredige belasting van de strafzaak op. Het slachtoffer kan deze vordering nog wel bij de burgerlijk rechter indienen. De vordering van vergoeding voor materiële schade en shockschade van de partner van het slachtoffer wijst de rechtbank af.