ELST - De rechtbank veroordeelt een 57-jarige vrouw uit Elst tot een gevangenisstraf van 18 jaar. Zij doodde haar partner met een bijl en verborg daarna zijn lichaam in de kruipruimte van hun woning. Daarbij legt de rechtbank - ter bescherming van anderen dan wel de algemene veiligheid - een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op.

De vrouw doodde haar partner op 16 september 2022 in de vroege ochtend door hem 3 keer met een bijl op zijn hoofd te slaan, terwijl hij in bed lag en vermoedelijk sliep. Vervolgens versleepte zij het lijk naar de kruipruimte, waar de politie hem na 8 maanden aantrof. Al die tijd leefde de vrouw in de woning. De bijl kocht zij een week van tevoren.

Geen sprake van noodweer

De vrouw verklaarde dat zij in augustus bij haar partner aangaf weg te willen bij hem. Sindsdien zou hij haar meerdere keren hebben verkracht, zo ook op 16 september 2022. De man zat op haar in bed, zij voelde iets hards onder het kussen van de man en sloeg hem hiermee. Dit bleek een bijl te zijn, aldus de vrouw.

De rechtbank vindt het scenario van de vrouw niet aannemelijk geworden. Zij paste haar verklaring meerdere keren aan als eerdere onderzoeksbevindingen niet pasten bij haar verklaring. Ook verklaarde de vrouw wisselend over details van de vermeende verkrachting op 16 september 2022. Verder was in het dossier geen enkele steun voor het scenario van de vrouw aanwezig. Zo zag niemand bij haar letsel van de verkrachtingen met geweld en vernietigde zij bewijsmateriaal.

Moord

De rechtbank vindt bewezen dat de vrouw de man met een vooropgezet plan doodde. Zij kocht een week voor de moord met haar bankpas een bijl en uit onderzoek bleek dat de verwondingen bij het slachtoffer beter passen bij een statische positie van het hoofd van de man (weinig beweging) dan bij een dynamische positie (het hoofd of lichaam in beweging).

In combinatie met het vroege tijdstip en de locatie van overlijden, de slaapkamer, leidt de rechtbank af dat de man in een statische positie in bed lag op het moment dat de vrouw hem sloeg met de bijl. Dit past het best bij het scenario dat de man op dat moment sliep.

De rechtbank vindt dat de vrouw voldoende tijd had om na te denken over het besluit om het slachtoffer om het leven te brengen en de gevolgen daarvan. Van contra-indicaties, die erop duiden dat ze handelde in een hevige gemoedsopwelling, is niet of onvoldoende gebleken.

Hogere straf dan eis

De vrouw is schuldig aan moord op haar levenspartner. De rechtbank legt - rekening houdend met straffen in min of meer vergelijkbare zaken - een gevangenisstraf op van 18 jaar. Dit is 4 jaar meer dan de officier van justitie eiste. De rechtbank neemt het de vrouw zeer kwalijk dat zij de nabestaanden lange tijd voorloog. Zij wist al die tijd al waar de man was, dat hij niet langer leefde en dat zij verantwoordelijk was voor zijn dood. Zij ontnam de nabestaanden de mogelijkheid op een waardig afscheid. Ook de collega's maakten zich maandenlang zorgen over de vermeende vermissing van de man. Daarnaast kregen de buren last van een vliegenplaag en een ondraaglijke stank uit de meterkast, waarvoor zij maatregelen troffen.

De reclassering adviseerde om, gelet op de ernst van de feiten, een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De rechtbank neemt dit advies over. Deze maatregel houdt in dat de vrouw na het ondergaan van de gevangenisstraf onder intensief toezicht komt te staan en dat de resocialisatie is gebonden aan voorwaarden.

Schadevergoeding broers en zussen

De broers en zussen van de man vorderden een schadevergoeding van ongeveer 6.000 euro voor de gemaakte uitvaartkosten. De rechtbank vindt de vordering voldoende onderbouwd en wijst deze geheel toe. Dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven deze kosten al eerder vergoedde maakt dit niet anders, omdat het Schadefonds een ontvangen schadevergoeding achteraf verrekent.