OVERASSELT - De rechtbank spreekt een 69-jarige man uit Overasselt vrij van ontucht met zijn destijds 8-jarige kleinzoon. Op basis van de verklaringen in het dossier kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de man zich aan deze verdenkingen schuldig maakte.


De ontuchtige handelingen zouden hebben plaatsgevonden in de periode van februari 2020 tot en met augustus 2021. De kleinzoon verklaart dat de man hem betastte tijdens het oppassen en logeren. De man ontkent dat hij dat hij dit heeft gedaan.

Bewijsminimum

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat bij veel zedenzaken slechts 2 personen aanwezig zijn, namelijk het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Als de man een strafbaar delict zou hebben gepleegd mag dit niet uitsluitend worden vastgesteld op basis van 1 getuige. De belastende verklaring moet op specifieke punten steun vinden in ander bewijsmateriaal. Slechts dan is - in dit geval - voldaan aan het vereiste bewijsminimum.

Uitspraak gelijk aan de eis

Het dossier bevat geen bewijs dat de verklaring van de kleinzoon ondersteunt en te herleiden is tot een andere bron dan zijn eigen verklaring. De officier van justitie vroeg om vrijspraak in deze zaak. De rechtbank gaat hierin mee en spreekt de man vrij.

Schadevergoedingsvorderingen

Namens de kleinzoon is een vordering tot schadevergoeding ingediend. Vanwege de vrijspraak verklaart de rechtbank dit niet-ontvankelijk.