Die bewuste nacht belanden twee vrouwen midden in de nacht in een nachtmerrie, zo verwoordt het OM vandaag de gebeurtenis. “Een nachtmerrie die zich niet in hun slaap, maar in de werkelijkheid voltrekt.”
De verdachte weet de woning binnen te komen omdat hij de sleutel heeft gestolen. Hij verblijft meer dan een half uur in de woning en heeft benzine mee. Hij stapt op een zeker moment de slaapkamer van zijn ex-vriendin binnen en steekt haar kamer in brand. Het slachtoffer wordt naar eigen zeggen wakker omdat er een dikke vloeistof over haar gezicht wordt gegooid. Ze ziet verdachte staan en ziet voor haar ogen hoe haar slaapkamer in vlammen opgaat.
Een huisgenoot wordt wakker van het geschreeuw. Zij hoort onder meer de verdachte roepen: “Als we gaan, dan gaan we samen.” De huisgenoot weet via de achterdeur naar buiten te vluchten.
Verdachte heeft intussen zijn ex vastgegrepen. Als ze zich los weet te rukken van verdachte en dwars door de vlammen heen de trap af rent, weet ze, nadat verdachte ook bij de voordeur haar opnieuw probeerde tegen te houden door de haken op de deur te doen, de buren te bereiken. De gealarmeerde politie treft haar daar aan.
Door het geweld van verdachte loopt het slachtoffer tweedegraads brandwonden op aan haar gezicht, armen en handen.
Enkele dagen eerder, op 30 juni, probeert het slachtoffer -niet voor het eerst- het contact met verdachte te verbreken, nadat ze hem een laatste kans geeft om zijn spullen te komen halen. De verdachte accepteert dat niet. Wanneer ze niet meer reageert, wordt het voor hem duidelijk dat hij haar definitief kwijt is en geen invloed meer op haar heeft.
Verdachte verstuurt een afscheidsbericht, waarvan hij zelf zegt dat hij die in etappes geschreven heeft in de dagen voorafgaand aan de brand. Dat kan volgens het OM worden gezien als het plan om zijn ex-partner en vervolgens zichzelf van het leven te beroven. De officier van justitie ziet de reeks incidenten en de communicatie die vooraf gaat aan de poging moord als een denkproces, waarin het plan ontstaat om zijn ex-partner te vermoorden. Het sluitstuk vindt plaats in de nacht in juli: de brandstichting. Dit denk- en handelproces sluit wat het OM betreft aan bij wat inmiddels breed bekend staat als femicide.
De officier van justitie tijdens de motivering van de strafeis: “Deze twee ongelofelijk dappere vrouwen zijn lichamelijk en geestelijk getekend voor het leven. Hun beider psychische letsel, onnoemelijke angst, verdriet en trauma moeten zij hun hele leven meedragen. Datzelfde geldt voor hun zeer liefdevolle en betrokken families.” Het slachtoffer verklaarde over haar angsten onder meer: “Hij gaat mij nooit met rust laten. Hij komt gewoon terug, dat weet ik zeker. Hij pakt mij toch.”
Het Openbaar Ministerie rekent het verdachte zwaar aan dat hij tot op de dag van vandaag geen serieuze verantwoordelijkheid voor zijn daden neemt. Bovendien is daar zijn manipulatieve handelswijze voorafgaand aan de poging moord op zijn voormalige vriendin: “Hij verschool zich achter een façade van een lieve en trouwe levensgezel, ontpopte zich sluipenderwijs en subtiel tot een jongen waar wantrouwen en angst voor ontstond. Het advies van het Pieter Baancentrum is een TBS-dwangadvies. De vastgestelde stoornis verklaart deze façade. Slachtoffer en aanverwanten hebben geworsteld met gevoelens van grote verwarring, onbegrip, onzekerheid, angst, hoop, zorg en sympathie voor deze verdachte. Terwijl op enig moment hij hun grootste angst werd en hij in staat bleek tot het plegen van gruwelijke daden.”

13.8 ℃





































