GROESBEEK - De rechtbank veroordeelt een 19-jarige jongen voor poging tot zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Dit deed hij samen met een ander. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel (jeugd-tbs) op en een jeugddetentie van negen maanden.
In maart 2025 mishandelde de jongen samen met een andere jongen – die zich op een later moment moet verantwoorden – een medebewoner van een zorginstelling in Groesbeek. Het slachtoffer kon niet weg. Ook moest hij het geweld dat op hem werd toegepast door de jongens ondergaan. Verder moest het slachtoffer zich onder dwang uitkleden. Het geweld ging gepaard met lachen en filmen. Volgens de rechtbank was dat buitengewoon vernederend voor het slachtoffer. Uit het dossier volgt niet dat de jongens een vooropgezet plan hadden om het slachtoffer zwaar te mishandelen.
Poging zware mishandeling
De rechtbank oordeelt dat – kijkend naar de bij het slachtoffer ontstane verwondingen – de aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer door het handelen van de jongens zwaargewond zou raken en dat deze kans door de jongens bewust is aanvaard.
Geen poging doodslag
Volgens de rechtbank kan poging doodslag niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt dat er fors geweld op het slachtoffer is toegepast. Maar de rechtbank heeft onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen dat dit geweld onder de gegeven omstandigheden een aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer zou kunnen opleveren. Het is niet duidelijk waar het slachtoffer precies op zijn hoofd en lichaam is geraakt en met welke intensiteit dit is gebeurd. Ook valt dit uit het rapport van de forensisch arts niet concreet af te leiden.
Jeugdstrafrecht toegepast
De rechtbank past het jeugdstrafrecht toe, zoals door de deskundigen is geadviseerd. Ook volgt de rechtbank de deskundigen in het advies om de jongen verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank legt – om de ernst van het delict tot uitdrukking te brengen – aan de jongen een jeugddetentie op die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Hij hoeft dus niet terug de cel in, maar kan gelijk starten met zijn behandeling.
Behandeling nodig
De rechtbank gaat niet mee in het verzoek van de advocaat van de jongen om een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De rechtbank vindt de jongen onvoldoende in staat om zich langdurig aan voorwaarden te houden. Om de juiste zorg en begeleiding te kunnen bieden en om de kans op herhaling te minimaliseren is een passende behandeling nodig in een voor hem duidelijk en strak kader.
Deze behandeling kan - door de complexiteit van de problematiek van de jongen, de duur van de behandeling die dit naar verwachting in beslag zal nemen en de mate van beveiliging die daarbij gewenst is - volgens de rechtbank niet anders plaatsvinden dan binnen de kaders van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Schadevergoeding
Tot slot moet de jongen een schadevergoeding van 2.750 euro betalen aan het slachtoffer.

2.2 ℃




























