Het slachtoffer werd via Snapchat benaderd. Nadat er een vertrouwensband met hem was opgebouwd lokten de mannen hem op 14 maart 2025 onder valse voorwendselen - in het kader van een date - naar een locatie in Hemmen. Daar wachtte het trio het slachtoffer op. Onder bedreiging van wapens, waaronder een pistool en een boksbeugel, pakten zij het slachtoffer vast en namen hem mee naar zijn eigen auto. Hij werd gedwongen om achterin plaats te nemen en om zijn autosleutels af te geven. Daarna gingen zij met zijn vieren rijden. Onderweg dwongen de mannen het slachtoffer om zijn telefoon en bankpas af te geven. Daarbij werd een pistool op hem gericht. Ook moest hij via face-ID zijn telefoon ontgrendelen en de inlogcode van zijn bank-app afgeven. Omdat er een betaallimiet was ingesteld en de ophoging daarvan pas de volgende ochtend aangepast zou zijn, werd besloten om het slachtoffer een nacht op te sluiten in de woning van de 23-jarige man. Voordat het gezelschap naar deze woning reed, werd er met de bankpas van het slachtoffer getankt en 5 duizend euro gepind. Het slachtoffer kreeg tie-wraps om zijn polsen en werd geblinddoekt. In de woning van de 23-jarige man sloten zij het slachtoffer in de bijkeuken op. De volgende ochtend werd er nog eens in totaal
25 duizend euro gepind. Aan het eind van de ochtend lieten de mannen het slachtoffer met een nekkraag over zijn ogen in zijn eigen auto ergens op de dijk achter.
Grote mentale gevolgen
De rechtbank vindt dat de mannen een zeer ernstige inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Ontvoeringen en berovingen veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot een toename van gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Bovendien zijn de mentale gevolgen voor het slachtoffer erg groot geweest. Hij ondervindt nog dagelijks de gevolgen van de gebeurtenissen. Hij heeft de diagnose PTSS gekregen in combinatie met een depressieve stoornis en is op dit moment volledig arbeidsongeschikt.
Organisator
De 23-jarige man legde contact met het slachtoffer, bouwde een vertrouwensband met hem op en zette uiteindelijk het plan op om hem van zijn geld te beroven. Hij regelde wapens en trof voorbereidingen. Tijdens de beroving en ontvoering van het slachtoffer bepaalde hij ook wat er moest gebeuren en welke vervolgstappen gezet moesten worden. Ten slotte bepaalde hij wanneer het slachtoffer weer mocht gaan en hoe het geld zou worden verdeeld. De manier waarop hij over de feiten heeft verklaard geeft de indruk dat niet werkelijk tot hem doordringt wat hij daarmee een ander heeft aangedaan.
Naast de beroving en ontvoering maakte hij zich ook schuldig gemaakt aan wapenbezit. Dit vuurwapen lag in een keukenkastje in zijn woning; de woning waarin ook zijn zoontje van 2 jaar aanwezig was.
Kijkend naar de aard en de ernst van de delicten, de rol die de man daarbij heeft gespeeld en zijn proceshouding vindt de rechtbank een langdurige (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie. Ze legt hem daarom een celstraf op van 48 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk.
Actieve rol
De 19-jarige man werd door de 23-jarige man geronseld. Hij stapte er met een eigen financieel belang in, omdat hij op deze wijze zijn geleende geld terug zou krijgen. Hij was op de hoogte van het plan om iemand geld afhandig te maken en kreeg een aantal dagen voordat de strafbare handelingen plaatsvonden van de 23-jarige man adressen van (pin)locaties doorgestuurd. Ook vroeg hij de 18-jarige man om mee te doen. Tijdens de uitvoering liet hij zich niet onbetuigd en had hij een actieve rol in de beroving en ontvoering van het slachtoffer. De rechtbank past het jeugdstrafrecht toe. De officier van justitie eiste een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie, maar de rechtbank vindt dat de 19-jarige man niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarbij houdt ze rekening met het uitgangspunt van het jeugdstrafrecht gericht op pedagogische aanpak, de persoonlijke omstandigheden en de positieve persoonlijke groei die de man in de afgelopen periode tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis doormaakte. De rechtbank legt een jeugddetentie op van 540 dagen, waarvan 501 dagen voorwaardelijk. Daarnaast moet hij een werkstraf van 200 uur verrichten.
Tweede kans
De 18-jarige man raakte pas op een later moment bij het plan betrokken en had geen aandeel in het uitkiezen en benaderen van een kwetsbaar slachtoffer. Hij zou een scooter moeten besturen om langs pinautomaten te rijden. Later kreeg hij aan aanzienlijk zwaardere rol toebedeeld, waarin hij zonder enige aarzeling in mee is gegaan. Uiteindelijk had ook hij een actieve rol in de gebeurtenissen. De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man en het feit dat hij zich op alle domeinen over het algemeen goed ontwikkelt. Ook betuigde de man tegenover het slachtoffer oprechte spijt en het slachtoffer gaf tijdens de rechtszaak aan dat de man een tweede kans verdient en wat hem betreft niet meer terug hoeft naar de gevangenis. Daarom komt de rechtbank tot een zelfde straf als door de officier van justitie geëist, namelijk een jeugddetentie 365 dagen, waarvan 348 dagen voorwaardelijk en daarbij een taakstraf van 200 uur.
Schadevergoeding
De 19-jarige man en de 18-jarige man hebben met het slachtoffer een regeling getroffen. Zij hebben beide één derde van de schade betaald. De 23-jarige man moet van de rechtbank het restant aan het slachtoffer betalen, namelijk ruim 15 duizend euro.
Eerdere straf uitzitten
Omdat de 23-jarige man op het moment van de ontvoering nog in een proeftijd liep, moet hij een eerder voorwaardelijk opgelegde straf van 3 maanden jeugddetentie alsnog gaan uitzitten. Deze straf is omgezet naar 3 maanden gevangenisstraf.
Vierde man later voor rechter
In deze strafzaak is nog een vierde persoon betrokken, namelijk de broer van de 23-jarige man. Zijn zaak wordt op een later moment behandeld.

4.2 ℃




























