NIJMEGEN - De rechtbank oordeelt dat er geen strafrechtelijk verwijt te maken is aan een 34-jarige man uit Nijmegen bij het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in zijn woonplaats. De rechtbank spreekt de man daarom vrij.

Op 24 januari 2025 reed de man als chauffeur van een vuilniswagen op de Parkweg in Nijmegen. Twee collega’s van de man liepen achter de vuilniswagen aan om oud papier te verzamelen. De man stond stil om op zijn collega’s te wachten, trok vervolgens op en reed rechtdoor. Na enkele seconden hoorde de man een klap en zag dat een voorbijganger zijn aandacht probeerde te trekken. Hij stopte de vuilniswagen en stapte uit. De vuilniswagen bleek in botsing te zijn gekomen met een fietser. Zij overleed door dit ongeval.

Onderzoek

Het moment van de botsing is door niemand waargenomen en ook niet vastgelegd op camerabeelden.

Uit onderzoek naar de tachograaf van de vuilniswagen bleek dat de man vanuit stilstand 4 seconden reed en een snelheid van 19 km per uur had bereikt op het vermoedelijke botsmoment. Daarmee reed de man niet harder dan de toegestane maximumsnelheid. Uit onderzoek naar de vrachtwagen bleek ook dat er niets aan de vuilniswagen mankeerde en dat het zicht goed was. Ook was de man niet onder invloed van alcohol of drugs en maakte hij geen gebruik van zijn telefoon.

Verder kan de rechtbank vaststellen dat de fietser tegen de linkervoorzijde van de vuilniswagen botste en vervolgens onder de vuilniswagen terecht is gekomen. Op het moment van de botsing bevond de fietser zich dus vóór de vrachtwagen.

Tot slot stelt de rechtbank vast dat de fietser in de laatste 47 meter voorafgaand aan de botsing aan de linkerzijkant van de vuilniswagen moet hebben gefietst. Zij moet op dat moment zichtbaar zijn geweest in de linkerzij- en/of breedtespiegel van de vuilniswagen.

Aannames

De rechtbank overweegt dat op essentiële vragen echter geen antwoorden zijn gekomen, doordat het onderzoek van de politie ten aanzien van de laatste 47 meter is gebaseerd op aannames.

Er kan daardoor niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld hoe snel de fietser in die laatste 47 meter reed en of zij op enig moment door de voorruit zichtbaar is geweest voor de man. De rechtbank kan ook niet vaststellen op welk moment en hoe lang de fietser zichtbaar was in de zijspiegels. Ze kan daarmee niet de conclusie trekken of de man de fietser had kunnen, maar ook had moeten zien. De rechtbank kan daarmee ook niet de conclusie trekken dat van de man verwacht mocht kon worden dat hij op het specifieke moment dat de fietser links naast de vuilniswagen reed, in de linkerzij- en of breedtespiegel van de vuilniswagen keek.

Vrijspraak

Wat er precies is gebeurd in die laatste 47 meter voorafgaand aan de botsing is niet met zekerheid vast te stellen. Dit betekent dat de strafrechtelijke beschuldigingen die de man werden verweten, niet kunnen worden bewezen. De rechtbank spreekt de man daarom vrij.

De rechtbank merkt op dat dit niet wegneemt dat er een vreselijk ongeval heeft plaatsgevonden waarbij een jonge vrouw is komen te overlijden. De rechtbank beseft dat dit verlies voor de nabestaanden van de vrouw nog steeds veel verdriet veroorzaakt, wat ook indringend werd verwoord in hun slachtofferverklaringen. Zij zullen hun leven lang moeten leven met het gemis van het slachtoffer. Ook de 34-jarige man zal moeten leven met de wetenschap dat bij dit ongeluk het slachtoffer is komen te overlijden.